2022

Voorwoord

Zou het kunnen ...

Zou het kunnen dat het Doordrijversseizoen 2022 een volstrekt normale start kent (mét ontbijtrit !), daarna ook rustig lente, zomer en herfst voort pedaleert richting eindeseizoensmaaltijd en daarmee de voorbije twee onvolledige jaargangen definitief naar enkele weinig tot de verbeelding sprekende maar daarom niet minder historische, pandemische pagina’s in de glorierijke archieven van de club verwijst ?
Of zou het godbetert opnieuw kunnen dat je halfweg mei met amper 1 punt achter je naam toch nog stevig aan de leiding van het algemeen klassement kan staan, een gevolg van het wekenlang surplacen tijdens de eerste onzalige coronagolf ?
Zou het kunnen dat al die Doordrijvers, hopeloos en continu besmet met de wielermicrobe (een milde aandoening met deugddoende bijwerkingen op het sociale vlak), als trouwe aanhangers van de velocratie, terug gewoon elke zondag A-, B- en C-gewijs de weg op gaan, terwijl automobilisten toch eerder zullen gewagen van een… velotatuur wanneer zij in het weekend al die “hinderlijke” groepjes fietsliefhebbers opnieuw moeten dulden op hun haasttraject naar winkelboulevard, sportwedstrijd of familie- of vriendenbezoek ?
Zou het eventueel kunnen dat van de vele uitgevaardigde coronatips en -regels er enkele zelfs hun permanent nut bewijzen door het scherpstellen van de hygiënische gedragscode van de wielertoerist in het algemeen: hij/zij gelieve niet meer te fluimen, spuwen of snuiten in de vrije natuur maar wel in de, op aanbevelen van moeder de vrouw, in de achterzak gepropte, propere, gestreken zakdoek, en zich daarnaast ook te bekwamen in de nieuw aan te leren basisvaardigheid: niezen in de (eigen !) elleboog ?
Zou het mogelijk kunnen dat een (niet aanzienlijk, maar toch) verjongd en (boven elke twijfel verheven !) vervrouwelijkt bestuur de lacunes kan vullen die het afzwaaien van voorzitter Guido Peumans en sportief coördinator Sven Vertommen hebben nagelaten, twee vaste waarden in het clubbestel die met hun jarenlange inzet en panache de vereniging in goede banen (de ene wat meer als ervaren hopman, de andere voorzeker in de heel letterlijke betekenis – op kop in weer en wind) hebben geleid ?
Zou het misschien kunnen dat dit nieuwe bestuur, in het 48ste seizoen van de WTC De Doordrijvers, er met het lanceren van een charme-offensief, inclusief introductieritten, in slaagt het contingent vrouwelijke sportfietssters gevoelig uit te breiden en de club zodoende representatiever laat worden voor het feit dat steeds meer dames de weldaden van het (sport-)fietsen (in groep) voor lichaam en geest ontdekken ?
Zou het, alle ketonen, gelletjes en energierepen nog aan toe, kunnen dat dit bestuur zoetjesaan op zoek gaat naar een rode loper omdat het de club op de drempel van 2024 moet brengen, het heuglijke jaar waarin het 50-jarig bestaan van WTC De Doordrijvers vzw ongetwijfeld aanleiding zal geven tot enkele feestelijke hoogtepunten ?
Zou het kunnen dat de Hagelandse en Haspengouwse wegen, in al hun bekiezelde bochten en langs hun smalle hellingen, met een wegdek waarin nog te vaak spleet naast barst naast put dreigt, die bandjes, carbonframes, versnellingsapparaten, knieën, kuiten, ruggen en armen nu eens een jaartje welgevallig willen zijn en zo het aantal bandbreuken, valpartijen, bebloede of geschaafde ledematen en gescheurde kledingstukken tot een nooit eerder geboekt minimum reduceren ?
Zou het, als het de wielergoden belieft en alle coronagekheid op een keel- of neuswissertje, kunnen dat elk clublid zonder mond-neuskapje, zonder Covid Safe Ticket, zonder anderhalvemeterlast, zonder verplaatsingsverbod, vrijuit kan kiezen om aan het eind van de zondagvoormiddag met vier, zeven of meer, in wisselend gezelschap, rond de cafétafel plaats te nemen om zich nog eens een pint van de kas te laten voorzetten ?
Volgens een sinds enkele jaren ontwikkeld sportcliché (geduldig maar met volharding gekweekt in een wielercommentaarcabine) zou het allemaal effectief zomaar kunnen. Al bij al een wat gemakkelijke uitweg voor de probleemstellingen. Van dezelfde strekking en met hetzelfde soortelijk gewicht als de winterse waarheid “Het kan vriezen, het kan dooien”, met andere woorden: het kan eender welke kant opgaan. Wie zal het zeggen ?
Want zou het ten slotte niet zomaar kunnen dat niemand op alle bovenstaande vragen, wensen en veronderstellingen een sluitend antwoord in huis heeft en dat wij ons, zoals wel eens meer gebeurt bij de onvoorspelbaarheid der dingen, moeten schikken naar de door Doris Day bezongen populaire stelling waar vooralsnog geen speld is tussen te krijgen: que sera, sera (whatever will be, will be) ? Ook in een, naar wij met z’n allen hopen, sportief en veilig Doordrijversseizoen 2022.

De voorzitter, Paul Mispelters.

Het Bestuur

Paul Mispelters

Voorzitter

Nico Lodewijks

Ondervoorzitter

Celine Verschuere

Secretaris

Luc Van Nerum

Penningmeester

Luc De Wolf

Sportief coördinator

Wim Mertens

Logistiek Deskundige

Stefaan Persyn

IT Verantwoordelijke